De laatste aflevering, de vertoning van de film...
Zo, de film is nu eindelijk klaar. Na weken van knippen, plakken en schuiven met het gefilmde materiaal (op de computer) is er dan eindelijk een documentaire uitgerold over het leven in het Cordilleras-gebergte. De film duurt 37 minuten.
Op 30 april gingen we allemaal naar het dorpje Pidlisan, waar het meeste gefilmd is en waar de hoofdpersonen uit de film, Cadlos en Daluyin, zelf wonen.
 |
| Met de auto naar Pidlisan |
| |
 |
| Onderweg met de projectieapparatuur |
| |
 |
 |
 |
| Posters ophangen voor de vertoning |
| |
 |
| Aankondiging filmvoorstelling |
De film werd op het schoolpleintje vertoond, ’s avonds toen het stikdonker was geworden en je alleen de sterren nog boven het filmdoek zag schitteren. Robert, de ‘regisseur’, had overal posters opgehangen, dus uit alle omliggende dorpjes kwamen de mensen kijken. De meeste hadden al gehoord of gezien dat we met een film bezig waren.
 |
 |
| Met speakers door het rijstveld |
Het geluid moest flink worden versterkt, en omdat in het dorpje geen geluidsversterkers aanwezig waren, moesten we de grote geluidsboxen zelf meenemen, helemaal bergafwaarts en dwars door de rijstvelden.
 |
| Het schoolpleintje |
| |
 |
| Ophangen van het doek |
| |
 |
| Het publiek zit er al vroeg |
| |
 |
| Het is volbracht... |
De mensen uit Pidlisan reageerden erg enthousiast en ze moesten voortdurend lachen wanneer er weer enkele van hun dorpsgenoten in de film te zien waren.
 |
 |
 |
| Publiek bij nachtelijke voorstelling |
Maar ze waren ook erg tevreden met de inhoud, omdat het volgens hen goed weergeeft hoe gevaarlijk de zogenaamde ‘ontwikkelingsprojecten’ van de regering en de grote mijnbouwondernemingen zijn voor de toekomst van de rijstterrassen, en dus ook voor het voortbestaan van de Igorot-cultuur...
Op de terugweg moesten we met de hele installatie weer bergopwaarts klimmen, maar nu door het stikkedonker. Dat was nog behoorlijk zwaar, maar we hadden allemaal een heel tevreden gevoel.
9 mei 2006
Weer thuis in Nederland! Nu is het avontuur dan toch helemaal ten einde. Er zijn een aantal kranten, waaronder Kidsweek, die langskomen om Laurens en Giel te interviewen.
Er is nog een onderwerp waarover we tot nu niets geschreven hebben, omdat we ons voorgenomen hadden dat pas na terugkeer te doen. Want de situatie was af en toe behoorlijk spannend, vanwege de voortdurende aanwezigheid van het leger. Het Filippijnse leger vecht vaker met rebellen, die een heel ander soort regering willen. De soldaten waarschuwen de mensen om niet samen te werken met deze rebellen. Maar zelfs als je alleen maar tegen de plannen van de mijnbouw bent, dan kun je al worden verdacht van samenwerking, terwijl de meeste mensen het ook helemaal niet eens zijn met wat de rebellen willen. Het leger kwam plotseling vlak in de buurt van Pidlisan! We konden er zelfs een week lang niet filmen, omdat het leger daar met de rebellen in het bos aan het vechten was. Er zijn toen soldaten en rebellen doodgegaan. Zelfs Papa, Mama en Laurens en Giel werden op een gegeven moment ervan beschuldigd, dat ze ‘blanke rebellen’ waren!!! Toen leek het ons beter om voorlopig maar niet in het gebied te komen…
Je begrijpt misschien, dat we dit pas wilden vertellen toen we weer thuis waren, om de opa’s en oma’s niet ongerust te maken. Maar we wilden er toch wat over zeggen, omdat dit heel vaak bij inheemse volken gebeurt. Die wonen over de hele wereld op de rijkdommen die de rijke landen en de rijke mensen in de Derde Wereld nodig denken te hebben. Zoals het goud van Pidlisan, maar ook koper, ijzer en allerlei grondstoffen. Heel vaak steunen de rijke landen juist die regeringen in de Derde Wereld, die ervoor zorgen dat de grondstoffen toch kunnen worden weggehaald. En als de inheemse bewoners zich daartegen willen verzetten, sturen die regeringen daar hun soldaten op af.
Het is niet leuk dit zo mee te maken en te moeten zeggen, maar te weinig mensen in de rijke landen weten dit, of ze weten het wel maar ze doen er verder niets tegen.
Misschien helpt het een beetje, wanneer deze volken camera’s krijgen, waarmee ze de rest van de wereld kunnen laten zien, dat ze hun eigen ontwikkeling best zelf kunnen regelen.
De Igorot zeggen zelf: “Ons goud zit niet onder de grond, maar groeit er boven op, op onze rijst-terrassen. Want die hebben ons al tweeduizend jaar te eten gegeven.”
En daarover gaat de documentaire film: ‘Pidlisan’s Goud’. De film is in Nederland op donderdag 8 juni te zien, op het filmfestival ‘Beeld voor Beeld’, in het Tropenmuseum in Amsterdam.
Laurens en Giel: We zitten nu weer op school. We geven spreekbeurten in de verschillende klassen. We laten de foto’s zien en vertellen wat we hebben meegemaakt.
We zullen er nog wel vaak aan terug denken, denken we. |