Begnas ritueel
Het Begnas-ritueel van de Igorot bestaat uit vijf onderdelen. Elk onderdeel wordt gehouden wanneer een bepaald soort werk in de rijstvelden klaar is. Het ritueel in Sagada werd vorige week gehouden omdat het seizoen van het planten van de rijst nu afgelopen is. Zo’n ritueel wordt gevolgd door enkele feestdagen, waarop er niet gewerkt mag worden.
Laurens: in Sagada was een traditioneel feest. ‘s Morgens kwamen ze papa halen en vragen of die mee wilde doen. Hij moest wel een G-string aan (= traditionele mannenkleding).

Giel: Je ziet wel het verschil. Zie foto’s

Laurens: Papa moest ook zijn t-shirt uit. Vond ie vreselijk. Toen ging papa naar de Dapay (de heilige mannenruimte) en wij moesten achter blijven want vrouwen en kinderen mochten niet mee. Papa moest naar een heilige boom, waar gebeden werd door de stamoudste..
Giel: papa kwam heel laat terug. Hij was de grootste van allemaal en het witste.

Na het dansen moest papa mee eten. Daar werd een kip geslacht, maar heel langzaam werd die kip doodgeslagen. Dit heet: killing softly (zachtjes dood maken)
Het duurde heel lang voordat de kip dood was, zei papa. Het vlees smaakte daardoor erg vies, erg bitter. Papa kreeg de kop van de dode kip, met ogen, snavel en half verbande veren en al op zijn bord, en een heel vieze soep met vliegjes en kleine torretjes erin. Papa heeft het stiekem niet opgegeten maar aan zijn buurman gegeven. Nu hoort papa wel bij het dorp.
Noot: Papa is eigenlijk vegetariër.
Na dit ritueel zijn de filmopnamen in het kleine dorpje Pidlisan, ver in de bergen, begonnen.

Op de foto’s zie je de twee hoofdpersonen van de film: de stamoudste, Daluyin, en Carlos, de waterman oftewel de Lampisa.

Als het erg droog wordt, dan komt er vaak ruzie in het dorp, over de verdeling van het water. De rijstterrassen moeten namelijk onder water blijven staan.

De mensen uit de dorpen gaan dan ’s nachts op de dijkjes slapen in de rijstvelden, omdat ze bang zijn dat de buurman het water weg laat lopen van hun land naar het eigen stuk. In Pidlisan hebben ze hiervoor een oplossing bedacht. De waterman (Lampisa). De waterman let erop dat de verdeling van het water zo eerlijk mogelijk gebeurt.
De film
Omdat een heel grote mijn-onderneming hier onder de rijstterrassen naar goud wil gaan graven, zal het water in de toekomst waarschijnlijk verdwijnen. Hier gaat de film over. De waterman en het dorpshoofd willen een grote mijn gaan bezoeken om te zien wat de gevolgen zijn. Maar die zijn vaak verboden terrein voor ’buitenstaanders’; niemand mag zo maar zien wat daar gebeurt.

Daarom hebben we een slim plannetje bedacht. Laurens en Giel, Diana, Yvon en Wiek gaan vermomd als buitenlandse toeristen naar een oude mijn, ver weg, die niet meer in gebruik is. De hoofdpersonen gaan mee en krijgen zo perfect uitgelegd hoe zo’n grote mijnonderneming te werk gaat.
Natuurlijk wordt aan de toeristen alleen maar een heel mooi verhaaltje verteld. Maar door te spreken met mensen uit andere mijngebieden, wordt veel duidelijk over de gevolgen voor de natuur en het water. Dus de twee reizen wat af. En alles wordt natuurlijk gefilmd.
Laurens: We hebben een toeristenmijn bezocht, wat eigenlijk een echte mijn is. We kregen daar een rondleiding. Eerst kregen we een helm op met laarzen aan (zie foto).

Giel: Eerst gingen we een donkere gang in. In het begin druppelde daar een beetje water.
Laurens: Eerst lieten ze zien hoe ze de ingang verstevigden met allemaal balken. Ze zeiden dat dat een Anaconda slang was, dit was een grote luchtbuis om het afval weg te blazen.
Giel: we schrokken er wel een beetje van want het was een heel hard geluid.
Laurens; toen gingen we kijken hoe ze een gat deden boren in de bergwand. Je hoort dan loeihard een boor. Daarna mocht ik zelf boren (zie foto)

Giel: ik vond het te eng om te boren, een veel te hard geluid.
Laurens: ze lieten zien hoe ze dynamiet in de wand deden, in de uitgeboorde gaten. Ze staken een lontje aan.
Giel: die gooiden ze in het water zodat het niet ontplofte.
Laurens: nee, om te laten zien dat het lontje ook in het water bleef branden.
Giel: toen moesten we naar de kantine in de tunnel.
Laurens: een zitplaats in een uitham van de tunnel stond een houten tafel en banken.
Giel: Het licht ging uit van onze helmlampjes en het was heel heel donker.
Laurens: je zag niks.
Giel: Toen ging de bom af. Het trilde helemaal. Dit had ik niet verwacht. Het was een oorverdovend hard geluid.
Laurens: de bom ging af. Het geluid was heel hard. We hielden onze vingers in de oren. De luchtdrukklap was gigantisch. Het was net of je achteruit geblazen werd of hard werd geslagen. Normaal deden ze er vijftig achter elkaar en daar moeten de mijnwerkers hun boterham bij opeten. Wij vonden 1 genoeg. De man die het lont moest aansteken moest trouwens heel hard wegrennen.

Als de mijnwerkers moeten plassen of poepen komt de toiletkar langs (zie foto). En daarna gingen ze goud wassen, dat hadden we al eens gezien. We kregen van een mijnwerken een steentje met een klein goudadertje erin.

Laurens: We zagen ook waar alle afval gebleven was. Het was gedumpt in een rivier (zie foto) En we zagen ook later nog een oude mijn, alles is daar kaal, geen bomen meer. Het leek net op een Egyptische piramide (zie foto).

|