We zijn weer een dikke week verder,
en in die week is er veel gebeurd. Het filmproject krijgt al aardig vorm, want
we hebben het draaiboek van de film samen met de deelnemers afgemaakt en de plaatsen
bezocht waar we zullen gaan filmen.
De film zal gaan over het conflict tussen
mijnbouw en de landbouw in deze bergen.
De foto’s geven een aardig beeld
van de schitterende omgeving waarin de dorpjes liggen.
In het eerste dorpje,
Fidelicen, liggen eeuwenoude rijstterrassen. Onder in het dal bevindt zich een
kleine goudmijn. De leden van deze stam graven hier zelf naar goud.
De Fidelicen-
stam is een zeer krijgshaftig volk, die zich flink verzetten tegen de grootschalige
mijnen. Een grote Amerikaanse mijnbouw-onderneming wil hier namelijk onder de
rijstterrassen naar goud gaan graven. Vorige keer hebben we uitgelegd dat dit
rampzalig is voor de landbouw, omdat het water dan zal verdwijnen.
Water is hier
van levensbelang. Zo’n zes jaar geleden was deze stam
zelfs nog in een stammenoorlog verwikkeld met het naburige volk, over het gebruik
van de waterbron. Deze waterbron is een grote waterval hoog in de bergen, acht
kilometer verderop, en vandaaruit wordt het water naar het dorp geleid en naar
de rijstterrassen. Deze oorlog werd in de heuvels tussen de stamgebieden uitgevochten,
en er zijn toen aan beide zijden vier mensen doodgegaan. Het kon pas weer vrede
worden toen dit getal in evenwicht was. De stam aan de andere kant van de heuvels
was de verliezer, dus die mogen deze bron niet meer gebruiken.

Laurens: Ik vond het maar een armzalig dorpje. De golfplaten huisjes
stonden dicht op elkaar en sommige waren van hout en riet.

Giel: Ik vond het een middeleeuwig dorpje. Er waren heel veel huisjes
aan elkaar. Het was er stoffig en vies. Er worden kippen en varkens
geslacht, midden in het dorp. Er zwerven heel veel dieren rond. Magere poesjes
en kippen met kleine kuikentjes. En varkens.

Laurens: Het dorp wordt geregeerd door wijze mannen. Ze hebben heel veel
wilde honden en de varkens zitten in een kuil. Ze kunnen een soort trapje op
en daar is dan hun slaapplek. Mama zag dat er heel veel moeders de kinderen aan
het onderzoeken waren op vlooien.
Toen we dit dorpje binnenkwamen, wij en de Igorot-mensen die meedoen aan
de filmtraining, heerste er een doodse stilte. Gelukkig kwamen we aan de goede
kant van het dorp binnen, want er was kort geleden iemand gestorven en dan mag
je niet over een bepaald pad lopen. De dorpsoudsten (de mannen) zaten in de Dapay,
dat is een soort overdekte vergaderplaats met een vuur in het midden. Alleen
de mannen mochten rond het smeulende vuur zitten, terwijl de dorpsoudste een
kip opensneed om de ingewanden te onderzoeken. Er volgde een plechtige stilte
die heel lang duurde, terwijl de dorpsoudste af en toe wat verontruste woorden
sprak. Hij las in de ingewanden bepaalde slechte voortekens. Ik vroeg aan Thomas,
onze contactpersoon in dit dorp, of dit soms op onze komst sloeg, maar hij antwoordde
dat het betrekking had op het ritueel dat was gedaan voor degene die gestorven
was. Maar omdat we toestemming van de dorpsoudsten nodig hadden om de mijn te
mogen bezoeken, moesten we betalen voor een tweede kip, waarvan ook de ingewanden
werden onderzocht. Gelukkig bleken die in orde, en toen was de sfeer goed. Volgens
Thomas was dit een goed teken, ook om straks te mogen filmen in deze omgeving.
Laurens: Ja, wij zijn daar niet bij geweest omdat alleen de mannen daar
bij mochten zijn. Wij zaten met mama bij de vrouwen, die hadden een pasgeboren
baby in een doek omhangen.
Giel: Het zag er heel klein uit en het had zwart haar en bruine ogen.

Laurens: Zoals iedereen hier. We renden de steile berg af en ik sprong
naar beneden en toen zag ik opeens wat glinsteren. Nou het leek op goud en ik
riep een paar mensen van onze groep (Abad en Banang) en die zeiden: ”O
nee, dat is een stukje piriet. Dat is afval.” Ik keek achter me en daar
lag een hele berg. Ik heb er veel van meegenomen omdat het in Nederland wel wat
waard is.
Giel: Ik rende de berg af en ik heb ook heel veel piriet gevonden. Ik
zoek thuis ook altijd steentjes. De mijnbouw hadden erg veel goud en mijnen.
Laurens: Erg veel goud? Een klein klompje.
Giel: Niet waar!
De Igorot denken vanuit hun traditie vaak na of iets goed is of slecht. De
vorige keer hebben we uitgelegd dat dit ”Inayan” wordt genoemd. Naar
goud zoeken is op zich niet slecht, als het ten goede komt aan de hele gemeenschap.
Zo werd het vroeger als ruilmiddel gebruikt, om aan allerlei handige dingen te
komen. Zelfs aardewerken potten helemaal uit China werden hier zo al eeuwenlang
geruild tegen goud. Maar het zoeken naar goud mocht nooit gebeuren uit hebzucht,
want dat zou ongeluk brengen.
Dit lijkt nu aardig uit te komen, want de rechten
op het zoeken naar goud zijn al opgekocht door de Amerikaanse mijn. Maar deze
stam zal dit nooit zomaar goedvinden. Volgens Thomas was het daarom nodig om
eerst toestemming te vragen aan de ouderen. Als we zo maar waren gaan kijken,
hadden ze misschien gedacht dat we van de mijnonderneming waren. En dan hadden
we het, volgens Thomas, misschien wel niet overleefd...

Laurens: Je had klei, gesmolten klei met water zeg maar, en daar zaten
goudstukjes in. Dan moest je zo’n bord pakken en klei uit het water pakken,
op het bord doen en met water met je vingers ronddraaien. Dan zag je kleine gele
stof, goudstof.
We snappen steeds beter hoe belangrijk het is voor deze mensen om het water
te beschermen, voor de rijstterrassen. De Igorot- voorouders hebben deze indrukwekkende
terrassen met de blote handen gebouwd, en ze hebben al drieduizend jaar lang
voldoende rijst kunnen halen van de velden.
Maar er zijn vaker bedreigingen.
Zo was er dertig jaar geleden een heel wrede dictator, die heette Marcos. Als
hij wat zei, dan moest dat gebeuren. Er zijn toen heel veel mensen vermoord door
deze dictator.

Giel: Marcos was een slecht mens. Marcos heeft aan de Filippijnse
mensen gezegd, dat ze slakken moesten in de rijstvelden gooien. Omdat ze dan
meer te eten kregen. Maar dat is het omgedraaide. De slakken eten rijst. Ik vind
het vreselijk. Nu is hij dood. Hij is doodgegaan op Hawai aan een ziekte.
In de tijd van Marcos ging de regering overal slakken loslaten. Nu, dertig
jaar later, zie je deze rode slakkeneieren overal op de rijstplanten zitten.
Het is de grootste plaag op de Filippijnen en de mensen moeten deze eieren met
de hand verwijderen.
De mensen op de Filippijnen kunnen nog steeds niet veel
zelf beslissen. Zo verkoopt de regering het goud aan de buitenlandse mijnen zonder
de mensen die boven het goud wonen om hun mening te vragen. Daarover gaat de
film die deze mensen willen maken; om hun eigen mening te laten zien.

Fiesta:

Giel: We zijn naar een fiesta. Een fiesta is een soort feest maar dan
heel veel geonigizert ze doen daar dansen en muziek maken en lanks de fiesta
is een markt. De fiesta is op de lagere school daar was een dag voor de fiesta
een mist verkiezing* Ik ga zondag een suikerspin eten lekker!! !
* = miss verkiezing: miss Tadian werd gekozen.
Het afgelopen weekend was het erg druk in ‘ons’ dorp. In Tadian
werd het jaarlijkse Fiesta gehouden. Het hele dorp veranderde in een grote markt,
en op het veld voor het lagere schooltje werden allerlei dansen en activiteiten
georganiseerd. Zie foto’s voor een indruk van dit drie dagen durend feest.
Tot de volgende keer!
Familie Lenssen, vanuit Tadian. |