1.
De Ojibway geloven dat dromen magische eigenschappen bezitten. Omdat de nachtlucht
vol zit met dromen, wordt in het huis een dromenvanger opgehangen. De dromenvanger
vangt alle dromen in zijn web. De goede dromen glijden naar het midden en zweven
zachtjes via de veren naar de mensen die eronder in slaap zijn gevallen. Slechte
dromen raken in het web verstrikt en worden door het volgende daglicht vernietigd.
2. De Inuït hebben een bijzondere manier van tellen. Het hoogste cijfer
waarvoor zij een apart woord hebben is vijf. Zij tellen op hun vingers: één,
atuasek; twee, mardluk; drie, pingasut; vier, sisamet; vijf, tradlimat. Willen
ze verder dan vijf tellen, dan volgt: ‘De eerste vinger van de andere hand,
de tweede vinger van de andere hand,’ enzovoort. Zijn er bij het tellen
geen vingers meer over, dan worden de voeten gebruikt. Twaalf is dan ‘twee
tenen aan de ene voet’ en zeventien ‘twee tenen aan de tweede voet’.
Hoger dan twintig gaat als volgt; voor eenentwintig ‘een vinger aan de
tweede man’. Negenendertig wordt: ‘vier tenen aan de tweede voet
van de tweede man’, terwijl veertig ‘alles van de tweede man’ is.
Honderd, ‘alles van de vijfde man’, is wel ongeveer het maximum wat
de Inuït met tellen in de Inuktitut taal bereiken.
3. Namen van gebieden en plaatsen in Noord Amerika komen vaak van de indiaanse
volken die er wonen. Zo komt de plaatsnaam Seattle van chief Sealth van de Suquamish
indianen. |