In het begin der tijden was alles nog één
en onderling afhankelijk. Het was een tijd van harmonie. In de bergen woonde
Het Enorme Beest der Natuur, Gilalasi. Uit deze Grote Wolf werden vier kinderen
geboren, eerst twee zoons, toen een dochter en ten slotte Nanola, de jongste
zoon. De wolvenkinderen werden de stamouders van de indianen van de noordwestkust
en vervolgens van alle andere volkeren.
Dat
gebeurde als volgt: de vier wolvenkinderen speelden op een goede dag met een
bal van magisch kristal. Gewoonlijk won Kawadilikala, de oudste en machtigste
wolvenzoon, het spel, doch op een keer verloor hij van zijn jongste broertje,
Nanola. Hij ontstak in razernij, huilde naar de vier windrichtingen en veranderde
zijn broer in arendsdons. Hij blies het in wolken over de wereld en overal waar
het dons de aarde raakte, bijvoorbeeld als sneeuw, veranderde het in een nieuw
volk met een eigen taal. En zo kwam het dat het arendsdons dat ooit Nanola was
de broederband werd tussen alle volken der aarde.
Nog steeds is arendsdons voor de indianen van de noordwestkust een symbool
van vrede, vriendschap en de verbondenheid der volken. De wolf is het symbool
voor familieband en samenleving. Vier wolven zijn een teken van de levenscyclus
en het ontstaan aller dingen. |