 |
 |
 |
In de tekst staan woorden in de Lacandon
Maya-taal (vet en gekleurd). Als je daar met je muis 'op gaat staan' krijg je
een vertaling te zien.
Mocht dat op jouw computer niet lukken, dan vind je een lijst door
hier te klikken. |
“Nu ga ik je vertellen hoe Hachäkyum de toekan heeft gemaakt. Hachäkyum pakte
eerst wat klei en begon te kneden. Nadat hij de vorm van de vogel had, gaf hij
het leven. De toekan ontwaakte en het was een prachtige vogel met een mooie lange
rechte snavel.
‘Ik ben wakker’, zei de vogel en hij stond op.
‘Ah, dat is waar’, zuchtte Hachäkyum: ‘Hoe voel je je
toekan?’
De toekan antwoordde: ‘Prima, mijn snavel is heel goed en erg mooi.’
‘Prima, ga dan nu en vind fruit in de k’o’och,’zei
Hachäkyum.
De toekan vloog weg en kwam een Hach Winik tegen. En met hoge vaart vloog hij
tegen de keel van de man. De man lag dood op de grond. De toekan vloog terug
naar Hachäyum, die tegen hem zei: ‘Waarom deed je dat? Ik heb toch
gezegd dat je naar de k’o’och moest gaan om voedsel te vinden!’
‘Aha, dat is waar mijn heer,’ reageerde de toekan en vloog weg. Hachäkyum
gaf Äkyantho de
opdracht de Hach Winik weer tot leven te wekken.
De toekan vloog recht tegen de stam van de boom. ‘Ooooh, nu is mijn snavel
helemaal krom, ‘jammerde de toekan.
Hachäkyum verzuchtte: ‘Het is ook niet wat ik vertelde, dat je moest
doen. Ik heb gezegd dat je het fruit moest eten. Nu moet je snavel maar krom
blijven. De kleur van het bloed van de man zal altijd op je snavel te zien zijn
en het zal gebogen blijven.’
En dat is de reden voor de kromme snavel met een rode vlek van de toekan.” |