Laten we teruggaan, vele eeuwen terug en ontdekken hoe
het Noorderlicht ooit is ontstaan.
In
die tijd draaide de aarde perfect en verticaal om haar as. De temperatuur was
overal ongeveer gelijk en er groeiden prachtige planten en bomen en in de wouden
en zeeën leefden vele dieren. Langzaam zetten we de tijd weer vooruit en
we zien een grote overstroming. Alles verdwijnt onder water en wordt vernietigd.
Als het water zich eindelijk terugtrekt, raakt de aarde uit balans. De enorme
massa water is niet goed verdeeld en onze planeet helt over naar één
kant. Daardoor ontstaan er lange donkere tijden in het hoge noorden en in het
lage zuiden.
Toch werd niet alles vernietigd. In het noorden woonde een volk dat gespaard
bleef tijdens de overstroming. Toen ze de zon niet langer konden zien en het
kouder en kouder werd, werden ze heel erg bang en ze vroegen de Grote Manitou
om hulp. Manitou kreeg medelijden en vertelde hen dat ze al hun spullen moesten
pakken want ze gingen naar de grote vlakten, waar de zon volop scheen en waar
het warm was en de grond vruchtbaar.
Maar de tocht was donker, en de mensen verdwaalden, sommigen vielen in diepe
spleten in het ijs. Opnieuw vroegen ze Manitou om hulp en natuurlijk hij bedacht
een plan. Hij vulde de kap, die het noorden van de aarde bedekte, met ijskristallen.
Sommige zo hoog als bergen. Daarna ving hij enkele zonnestralen en liet ze vanuit
de lucht op de kristallen schijnen. Zo ontstond er voldoende licht om de mensen
de tocht naar het zuiden te laten maken. Deze mensen waren de voorouders van
vele indiaanse volken van Noord-Amerika zoals de Nisga’a, de Kwakwaka’wakw,
de Cree, de Hopi en de Lakota.
De grote ijsprisma’s braken het witte licht in alle kleuren van de regenboog
en zonden ze terug de lucht in. En daarom kunnen we, vele eeuwen later, nog steeds
genieten van het toverachtige Noorderlicht.
Je begrijpt vast wel waarom dit één van mijn favoriete verhalen
is.
Aurora |