Er zijn een heleboel indiaanse volken in Amerika. Sommige
zijn bekender dan andere. Er is de laatste tijd erg veel aandacht voor de oorspronkelijke
bewoners van de noordwestkust. Dit gebied loopt ten westen van de Kustbergen
langs zee, van Oregon tot diep in Alaska. De volken van dit gebied hebben een
groot aantal dezelfde kenmerken, zoals hun kleding, hun houten huizen en hun
manier van leven.
De
volken leven met name van de zee. Ze vissen op zalm, heilbot, haring en soms
zelfs walvissen. Ze vinden oesters, mosselen en allerlei schaaldieren langs de
kust. Uit de regenwouden halen ze wilde rijst, klaver, varens en andere eetbare
groentes.
In deze prachtige bossen groeien cederbomen. Deze bomen zijn voor de noordwestkust
zeer belangrijk. Van de schors kan men kleding maken. Het wordt in repen gesneden
en met houten hamers gekneusd. Het wordt dan zo zacht als katoen en de vrouwen
weven het tot dekens, die worden gedragen als rok of als omslagdoek.
Van cederwortels en takjes worden hoeden en manden gevlochten. Het hout wordt
gebruikt voor het bouwen van huizen, die bighouses genoemd worden. Men reist
in grote kano's over de Stille Oceaan. Ook deze prachtig versierde boten en de
peddels worden gemaakt van ceders.
De kunstvoorwerpen van de noordwestkust zijn erg beroemd. Beeldhouwers snijden
prachtige figuren uit het hout. Ze maken dansmaskers en totempalen, maar ook
eetgerei, schalen, bewaarkisten, en ratels.
In het gebied van zalm en ceder wonen een aantal volken met namen die moeilijk
zijn uit te spreken. Dat komt om dat ze allemaal een eigen taal hebben, heel
anders dan onze eigen taal. Naast de Kwakwaka'wakw van Joe Wilson, wonen er ook
de Tlingit, Haida, Tsimshian, Nootka en Kust Salish. Al deze volken hebben een
bijzondere cultuur ontwikkeld, met name omdat ze in zee zoveel voedsel konden
vinden.
Soms zijn er miljoenen vissen in de zee. De mannen van de noordwestkust hadden
allerlei slimme manieren uitgevonden om deze vissen te vangen. De vrouwen bedachten
even slimme manieren om de vis te bewaren, zonder dat het zou bederven. Dan had
men het hele jaar goed te eten. Zo bleef er voldoende tijd over om kunstvoorwerpen
te maken, verhalen te vertellen en om andere stammen te bezoeken.
De volken uit dit gebied kenden bijzondere feesten. Zo'n feest heet een potlatch
(pot-letsj). Tijdens
een potlatch vierden de belangrijkste families speciale gebeurtenissen. Een huwelijk,
een herdenking of een naamgeving werd met een potlatch gevierd. De familie liet
dan meteen zien hoe rijk en machtig ze was. Elke familie had haar eigen legendes:
fantastische verhalen waarin hun voorouders en magische wezens een hoofdrol speelden.
Met veel pracht en praal werden deze verhalen door zangers, dansers, acteurs
en poppenspelers uitgebeeld. Om te laten zien over welke wezens het ging droegen
de dansers grote maskers.
Bij een potlatch kwamen honderden mensen. Na afloop van het feest kregen zij
allemaal geschenken. Een belangrijk opperhoofd kreeg veel en een gewone visser
kreeg minder. Als je de geschenken aannam, betekende het dat je vond dat de potlatch-familie
de verhalen juist had verteld. Vroeger werden met name dekens, voedsel en kano's
weggegeven. Tegenwoordig bestaan de geschenken vaak uit geld, gebruiksvoorwerpen,
t-shirts en posters.
|