baribal infocentrum - spreekbeurten

Stenen mannen en verbrijzelde koppen

 
 
 
 

Niet iedereen heeft het geluk, dat het klimaat in zijn woonplaats zo gunstig is, dat hij als boer aan de kost kan komen. Om landbouw te kunnen bedrijven moeten de omstandigheden meezitten. De grond moet vruchtbaar zijn, er moet water voorhanden zijn en het weer moet nooit extreem warm, of nat of koud zijn.
Sommige volken wonen aan zee, aan rivieren of meren. Daar wordt over het algemeen voldoende vis aangetroffen, zodat je goed in leven kunt blijven als je uitvindt hoe je die vis moet vangen.

Vele volken hebben geen andere keus dan te jagen om te overleven. In de oostelijke woudgebieden wordt veel op klein wild gejaagd. Konijnen, kalkoenen, hoenders, eenden, bevers en nog veel meer. Wie op grotere dieren wil jagen, moet goed oppassen, snel en sterk zijn en vooral zijn verstand gebruiken.
De Inuït en enkele kustvolken jaagden op walvissen. Het spreekt vanzelf, dat je in je bootje en met je eenvoudige speren en harpoenen de kans loopt door deze reusachtige dieren onder water te worden getrokken.
De jacht op beren is ook bijzonder gevaarlijk. Toch hebben mensen altijd geprobeerd om deze sterke dieren te pakken te krijgen. Er werden allerlei vallen en valkuilen uitgedacht om de beren te verschalken. Een bekende manier om een grote beer te jagen was met een dodelijke valboom. In een stelsel van zware boomstammen werd voedsel gehangen. De hongerige beer die dit weg trok, trok ook het bouwwerk omver. De listig op elkaar gestapelde bomen klapten naar beneden en de beer raakte met zijn nek tussen twee zware boomstammen bekneld. Het was niet zo'n leuke manier om een beer te vangen, maar wel veilig voor de jager.

In Noord Amerika leven nogal wat grote dieren. Hoe groter en sterker ze zijn, hoe gevaarlijker de jacht. Over walvissen en beren hebben we het al gehad. Daarnaast zijn er elanden, edelherten en andere herten, kariboes, bizons en muskus-ossen. In Ecodrome kun je zien hoe imposant sommige van deze dieren zijn. Als je daar naast een opgezette bizon, muskus-os, of ander dier staat, kun je een goede voorstelling maken van het ontzag, dat een jager voor hen moet hebben gevoeld. Voor al die grote dieren geldt, dat zij een mens gemakkelijk kunnen vertrappelen. Een jager die met een speer, of pijl en boog zijn prooi moet doden, loopt veel risico. Voorzichtigheid en slimheid zijn bij de jacht daarom net zo belangrijk als snelheid en een scherp oog.

In baribal nummer 3 hebben we al kunnen lezen hoe het een jonge bizonjager verging. De gebruiken rondom de jacht maakten duidelijk, hoe belangrijk het voor zijn stam was dat de bizonjacht succesvol verliep. Wie onvoorzichtig was werd zwaar gestraft. De bizons werden gedood met speren en pijl en boog. De mensen konden bijna alles van de bizon goed gebruiken.

Al duizenden jaren werd er op de bizons gejaagd. Dat was een hachelijke onderneming, vooral toen de indianen nog geen paarden hadden. In Alberta, Canada, was een groep indianen, die wel een hele slimme manier van jagen had uitgevonden. De grasvlaktes eindigden daar plotseling in een diep ravijn. Grote groepen jagers slopen stilletjes tot dicht bij de kuddes. De bizons werden omsingeld, alleen aan de kant van het ravijn werd de weg vrij gehouden. Op een teken van de jachtleider kwamen de indianen schreeuwend en zwaaiend te voorschijn. Op allerlei manieren probeerde men de bizons aan het schrikken te maken. Soms werd zelfs het gras in brand gestoken om hen angst aan te jagen. De kudde vluchtte in de enige richting waar geen mensen waren: naar het ravijn. De in paniek op hol geslagen bizons denderden over de rand en sloegen te pletter op de rotsen. De plek waar dit gebeurde heet 'springende bizon-verbrijzelde kop'. Duidelijke naam voor een slimme manier van jagen, of niet?

De Inuït, of Eskimo's, zijn beroemd om hun inventiviteit. Voor veel problemen hebben ze slimme oplossingen verzonnen. Je moet ook wel slim zijn om te kunnen overleven in zulke moeilijke omstandigheden. Sommige Inuït jagen op muskus-ossen. Hun jachtmethode lijkt op die van de verbrijzelde kop. Ze hadden echter nog een paar extra problemen op te lossen. Ten eerste was er nergens een diep ravijn, waar ze de ossen in konden jagen. Ten tweede waren er meestal te weinig mensen om de kudde aan drie kanten te kunnen omsingelen.
Het eerste probleem was redelijk goed op te lossen. De Inuït kozen een plek, waar ze de ossen naar toe wilden drijven. Daar werd een steile greppel gegraven, waar de hollende dieren in zouden vallen. Sommige dieren braken daarbij de benen, andere kwamen door de voortrazende kudde niet meer overeind. Nadat het grootste deel van de kudde uiteindelijk was ontsnapt konden de jagers voldoende ossen uit de greppel halen om lange tijd van te kunnen leven.
Het tweede probleem was lastiger. Hoe omsingel je een grote kudde, als er niet genoeg mensen zijn? De Inuït hebben ook daar iets slims op bedacht. Omdat er niet genoeg echte mensen waren, bootsten ze mensen na. De kudde ossen raakte door het opjagen door een paar mensen toch al in paniek en lette niet meer goed op. Ze waren bang voor alles wat er een beetje uit ziet als een mens. Op de vluchtweg richting de greppel werden Inukshuks (stenen mannen) gebouwd. Dat waren stapels stenen met het uiterlijk van een mens. Met drums, lawaai en allerlei drukte werd de kudde op hol gejaagd. De geschrokken ossen renden in paniek weg, zagen de 'stenen mensen' en renden naar de enige uitweg: de greppel.

 
Wereldmuseum Rotterdam
Umista
Stichting AAP
         
     
wil je lid worden? klik dan hier
 
   

©1999-2008 Copyright Walas Media bv – Alle rechten voorbehouden – E-mail: berichten@baribal.nl
Hoofdredactie: Irma Verhoeven – Indiaans beschermheer: Joe Wilson – Medewerkers: Aurora, U’mista, Wa Kes, Gerben van Straaten, Ellen van den Beld, Andra Limmen, Henk de Roos, Joe Wilson, www.5over5.nl – Marketing: walas media – sitebouw door webconcepts