baribal infocentrum - spreekbeurten

Leven op de Prairie

 
 
 
 

We weten dat indianen van de natuur leefden. Ze haalden alles wat ze nodig hadden om te eten, te wonen en andere dingen te doen uit de natuur. De Lakota jaagden op bizons voor hun levensbehoeften. Maar ze schoten er nooit meer dan ze nodig hadden. Daardoor bleven er genoeg bizons over. We noemen indiaanse volken daarom 'natuurvolken'.

De Noord Amerikaanse prairies worden ook wel ‘de zee van gras’ genoemd. Het loopt van het midden van Canada tot de Golf van Mexico in het zuiden van de Verenigde Staten. Doordat het gebied in het midden van een continent ligt, heerst er een landklimaat. ’s Zomers kunnen de temperaturen oplopen tot 40 °C en ’s winters is het bitter koud. Het kan dan wel - 40 °C zijn! Bovendien ligt er dan vaak een flink pak sneeuw. De sneeuw zorgt er wel voor dat de planten in de zomer voldoende water hebben. In het voorjaar staat het water in de rivieren hoog en er worden dan grote wateropslagplaatsen onder de grond gevormd. Alle planten, dieren en mensen die er wonen moeten zich aanpassen aan deze wisselende omstandigheden.
Er staan veel soorten planten op de graslanden: verschillende grassoorten, kruiden en heesters. Daarom kom je er veel grazers tegen. Denk maar aan bizons, herten en antilopen. Roofdieren zoals wolven, poema’s en beren gingen achter de grazers aan. Ook de mens kon overleven door op de grazers te jagen. Deze indianen hadden een nomadisch bestaan. Dat betekent dat ze geen vaste woonplek hadden, maar achter de bizonkuddes aantrokken. Toen er nog geen paarden waren, werden al hun spulletjes, huisraad en zelfs hun woningen (de tipi’s) gedragen door de vrouwen en de honden. Deze periode, nog voor de 18e eeuw, wordt dan ook wel de ‘hondsdagen’ genoemd. Het leven op de prairie was hard. In tijden van oorlog of als er niet genoeg te eten was, moesten zieke en oude mensen vaak aan hun lot worden overgelaten. Maar als er met succes op bizons gejaagd was, vierde men groot feest. De bizon leverde de grondstoffen voor alles wat de indianen nodig hadden. Het vlees was heerlijk en goed te conserveren. De niet-eetbare onderdelen werden ook allemaal gebruikt.
De geschiedenis van de prairie-indianen is de geschiedenis van de bizon. Met de groei van de bizonkuddes zijn de indianen van de prairie ontstaan en met hun vernietiging (door Europese kolonisten) zijn zij voor een groot deel verdwenen.

Dieren op de prairie
Als eerste denk je misschien aan de bizon. Op bladzijde 16 van baribal 24 kun je van alles over dit machtige dier lezen. Maar in een gebied waar veel voedsel te vinden is, leven veel dieren. We gaan er een paar eens beter bekijken.

Prairiehond
De prairiehond is geen hond, maar iets tussen een marmot en een grondeekhoorn. Het is een knaagdier van ongeveer een kilo zwaar. Hij maakt wel een blaffend geluid, en daarom noemden de kolonisten in Noord-Amerika hem prairiehond. Prairiehonden leven in reusachtige kolonies, zeg maar rustig 'steden'. Die bestaan uit holen in de grond, met vertakkingen naar holen van andere kolonies. Toen de prairie nog ongerept was, bestond er ergens een gebied, groter dan Nederland en België samen, waar overal prairiehonden woonden; men schat het aantal op 100 miljoen. En dat was dan nog maar één van de steden. De dieren eten gras en dat is ook precies wat er overal groeit in hun gebied. 250 Prairiehonden eten ongeveer evenveel gras als één koe. Maar als ze andere planten vinden, eten ze die ook: sla, bonen, vruchtbomen enzovoort.
In de holen van de prairiehonden leven ook ratelslangen en konijnuiltjes, vijanden van de prairiehondjes. Andere vijanden zijn roofvogels. Daarom zitten er altijd een paar dieren op de uitkijk terwijl de andere aan het eten zijn. In Blijdorp is aan de rand van de bizonprairie een verblijf voor prairiehondjes gebouwd.

Coyote
De coyote is een soort wolf, maar hij is kleiner. Hij wordt ook wel prairiewolf genoemd, hoewel hij ook buiten de prairies voorkomt. Coyotes leven in paren. Ze eten allerlei kleine dieren, afval en dode dieren. Omdat ze met z'n tweeën niet zoveel nodig hebben en van alles eten, kunnen ze zich vrijwel overal handhaven, ook in landbouwgebieden bijvoorbeeld.
Een paartje coyotes zoekt samen ergens een hol om in te wonen en jongen te krijgen. In een bos is dat vaak een hol onder een boom, maar er is eens een nest gevonden in een holle boom, anderhalve meter boven de grond! In de bergen is het hol meestal een kleine grot en op de prairie graven ze zelf een hol. Of ze pikken er een van dassen, stinkdieren of vossen.
Een nest coyotewelpen bestaat uit vijf tot soms wel tien jongen. Ze worden bewaakt en gezoogd door de moeder, terwijl de vader op jacht gaat om eten aan te voeren. Hij woont tijdelijk niet in het nesthol, maar een eindje verderop. De welpen zijn prachtig egaal bruin.
Een coyote is een erg handige jager. Hij vangt muizen zoals een vos, duikt in het water om kikkers, vissen en krabben te vangen, zit stil naast een gat in het ijs om er een vis uit te scheppen en kan jonge bevers, slangen en egels aan. Tegenwoordig weten we dat hij ook vruchten eet. Het is een heel slim en interessant dier, dat soms zelfs andere dieren voor de gek houdt. Er was eens een coyote die een muis had gevangen. Een raaf hield de coyote in de gaten. Toen liet de coyote de muis los, zodat hij naar de raaf kon lopen. Maar net toen de raaf de muis wilde pakken, greep de coyote hem voor zijn neus weg. Indiaanse volken hebben dus niet voor iets zoveel verhalen over de prairiewolf!

Ratelslang
Een van de meest gevreesde dieren van de prairie is de ratelslang. Hij is familie van de adders en behoorlijk giftig. Gelukkig waarschuwt hij je als hij zich bedreigd voelt. Daar heeft hij zijn 'ratel' voor. Eigenlijk is dat helemaal geen ratel, en het geluid is ook niet ratelend. De ratel is een rijtje dopvormige schubben, die over elkaar heen zitten aan het eind van de staart. Als de ratelslang bang of boos is, krult hij zich op en steekt zijn ratel omhoog. Door zijn staart heel snel te trillen, maakt de ratel een zoemend of sissend geluid.
Deskundigen denken dat de ratelslang zijn ratel heeft gekregen om bizons en andere grote grazers te waarschuwen. Het is voor de ratelslang niet prettig als er een bizon op hem gaat staan, en voor de bizon is het erg om gebeten te worden. Dus kan de ratelslang beter even waarschuwen. Ratelslangen wonen in een hol en blijven daar meestal in de buurt. Zo'n hol hebben ze meestal veroverd op de prairiehondjes, waarvan ze er alvast een paar hebben opgegeten. Ook goffers eten ze graag. Ratelslangen klimmen bijna nooit, maar soms gaan ze wel een boom in om een nest uit te halen, want ze eten ook graag eieren of jonge vogels. Als je nu op de prairie staat en je hoort gezoem uit een hol komen, denk je natuurlijk dat daar een ratelslang in zit. Maar het kan ook een nest jonge konijnuiltjes zijn. Die kunnen namelijk hetzelfde geluid maken om vijanden af te schrikken!

Prairiebuizerd
Buizerds zijn roofvogels, ongeveer zo groot als een blauwe reiger (maar zonder die lange poten en snavel). De prairiebuizerd is een echte trekvogel, die overwintert in Zuid-Amerika en in de zomer boven de prairie van Noord-Amerika zweeft. Elk jaar vliegen sommige vogels twee keer 14.000 kilometer in minder dan vijftig dagen!
Je ziet deze vogel meestal rustig vliegen met langzame vleugelslag, of zweven met zijn vleugels een beetje omhoog gehouden. En wat hij ook nogal eens doet, is 'bidden' (stilstaan in de lucht). Vaak hangt hij ook op een flinke opstijgende wind, tegen de helling van een heuvel op, bijvoorbeeld. Vanuit zijn hoge plek loert de buizerd naar kleine zoogdieren, zoals prairiehondjes, konijnen en goffers, maar ook op vleermuizen. Als hij een groot insect of een hagedis ziet, probeert hij die ook te pakken. Soms is er een prairiebrandje waarvoor de kleine dieren op de vlucht zijn. Daar vliegt hij dan gauw naartoe, om die vluchtende dieren te vangen. Tijdens de trek eet hij helemaal niet; hij vliegt alleen maar. In Zuid-Amerika ('s winters dus) eet hij vooral sprinkhanen. Er zijn nog heel veel prairiebuizerds. Men schat het aantal op 400.000, waarvan de helft broedvogels. De andere helft zijn jongen of dieren die even niet broeden.

 
Blijdorps bizonprairie
In Blijdorp is een nieuw verblijf voor bizons geopend. Het is ingericht als een echte prairie. Je kunt er een idee krijgen hoe de bizons vroeger op de Amerikaanse prairie zich gedroegen. 's Ochtends gaan de dieren meestal eerst een paar rondjes draven. Dravende bizonkuddes waren vroeger een gevaar omdat ze zo enorm groot waren. Maar als je de bizons in Blijdorp ziet, kun je je voorstellen dat zelfs één dravende bizon iets is om uit de weg te gaan.
 
Wereldmuseum Rotterdam
Umista
Stichting AAP
         
     
wil je lid worden? klik dan hier
 
   

©1999-2008 Copyright Walas Media bv – Alle rechten voorbehouden – E-mail: berichten@baribal.nl
Hoofdredactie: Irma Verhoeven – Indiaans beschermheer: Joe Wilson – Medewerkers: Aurora, U’mista, Wa Kes, Gerben van Straaten, Ellen van den Beld, Andra Limmen, Henk de Roos, Joe Wilson, www.5over5.nl – Marketing: walas media – sitebouw door webconcepts