Coyote
De
coyote is een soort wolf, maar hij is kleiner. Hij wordt ook wel prairiewolf
genoemd, hoewel hij ook buiten de prairies voorkomt. Coyotes leven in paren.
Ze eten allerlei kleine dieren, afval en dode dieren. Omdat ze met z'n tweeën
niet zoveel nodig hebben en van alles eten, kunnen ze zich vrijwel overal handhaven,
ook in landbouwgebieden bijvoorbeeld.
Een paartje coyotes zoekt samen ergens een hol om in te wonen en jongen te krijgen.
In een bos is dat vaak een hol onder een boom, maar er is eens een nest gevonden
in een holle boom, anderhalve meter boven de grond! In de bergen is het hol meestal
een kleine grot en op de prairie graven ze zelf een hol. Of ze pikken er een
van dassen, stinkdieren of vossen.
Een nest coyotewelpen bestaat uit vijf tot soms wel tien jongen. Ze worden bewaakt
en gezoogd door de moeder, terwijl de vader op jacht gaat om eten aan te voeren.
Hij woont tijdelijk niet in het nesthol, maar een eindje verderop. De welpen
zijn prachtig egaal bruin.
Een coyote is een erg handige jager. Hij vangt muizen zoals een vos, duikt in
het water om kikkers, vissen en krabben te vangen, zit stil naast een gat in
het ijs om er een vis uit te scheppen en kan jonge bevers, slangen en egels aan.
Tegenwoordig weten we dat hij ook vruchten eet. Het is een heel slim en interessant
dier, dat soms zelfs andere dieren voor de gek houdt. Er was eens een coyote
die een muis had gevangen. Een raaf hield de coyote in de gaten. Toen liet de
coyote de muis los, zodat hij naar de raaf kon lopen. Maar net toen de raaf de
muis wilde pakken, greep de coyote hem voor zijn neus weg. Indiaanse volken hebben
dus niet voor iets zoveel verhalen over de prairiewolf!
Ratelslang
Een
van de meest gevreesde dieren van de prairie is de ratelslang. Hij is familie
van de adders en behoorlijk giftig. Gelukkig waarschuwt hij je als hij zich bedreigd
voelt. Daar heeft hij zijn 'ratel' voor. Eigenlijk is dat helemaal geen ratel,
en het geluid is ook niet ratelend. De ratel is een rijtje dopvormige schubben,
die over elkaar heen zitten aan het eind van de staart. Als de ratelslang bang
of boos is, krult hij zich op en steekt zijn ratel omhoog. Door zijn staart heel
snel te trillen, maakt de ratel een zoemend of sissend geluid.
Deskundigen denken dat de ratelslang zijn ratel heeft gekregen om bizons en andere
grote grazers te waarschuwen. Het is voor de ratelslang niet prettig als er een
bizon op hem gaat staan, en voor de bizon is het erg om gebeten te worden. Dus
kan de ratelslang beter even waarschuwen. Ratelslangen wonen in een hol en blijven
daar meestal in de buurt. Zo'n hol hebben ze meestal veroverd op de prairiehondjes,
waarvan ze er alvast een paar hebben opgegeten. Ook goffers eten ze graag. Ratelslangen
klimmen bijna nooit, maar soms gaan ze wel een boom in om een nest uit te halen,
want ze eten ook graag eieren of jonge vogels. Als je nu op de prairie staat
en je hoort gezoem uit een hol komen, denk je natuurlijk dat daar een ratelslang
in zit. Maar het kan ook een nest jonge konijnuiltjes zijn. Die kunnen namelijk
hetzelfde geluid maken om vijanden af te schrikken!
Prairiebuizerd
Buizerds
zijn roofvogels, ongeveer zo groot als een blauwe reiger (maar zonder die lange
poten en snavel). De prairiebuizerd is een echte trekvogel, die overwintert in
Zuid-Amerika en in de zomer boven de prairie van Noord-Amerika zweeft. Elk jaar
vliegen sommige vogels twee keer 14.000 kilometer in minder dan vijftig dagen!
Je ziet deze vogel meestal rustig vliegen met langzame vleugelslag, of zweven
met zijn vleugels een beetje omhoog gehouden. En wat hij ook nogal eens doet,
is 'bidden' (stilstaan in de lucht). Vaak hangt hij ook op een flinke opstijgende
wind, tegen de helling van een heuvel op, bijvoorbeeld. Vanuit zijn hoge plek
loert de buizerd naar kleine zoogdieren, zoals prairiehondjes, konijnen en goffers,
maar ook op vleermuizen. Als hij een groot insect of een hagedis ziet, probeert
hij die ook te pakken. Soms is er een prairiebrandje waarvoor de kleine dieren
op de vlucht zijn. Daar vliegt hij dan gauw naartoe, om die vluchtende dieren
te vangen. Tijdens de trek eet hij helemaal niet; hij vliegt alleen maar. In
Zuid-Amerika ('s winters dus) eet hij vooral sprinkhanen. Er zijn nog heel veel
prairiebuizerds. Men schat het aantal op 400.000, waarvan de helft broedvogels.
De andere helft zijn jongen of dieren die even niet broeden. |