Het
Maori avontuur begon vijf jaar geleden in Amsterdam. Toen maakten we kennis met
Gordon Toi Hatfield, een Maori kunstenaar, maar bovenal een tatoe-meester. Gordon
maakt in zijn werk gebruik van tradities uit de eeuwen oude Maori cultuur. Vorige
zomer was er een tentoonstelling over Maori kunst in het Stadsmuseum te Zoetermeer.
Gordon was zelf aanwezig om live demonstraties te geven van zijn kunnen. Omdat
Gordon zich vooral bezig hield met de tatoe-kunst, had hij zijn vriend Roi Toia
meegenomen om demonstraties houtsnijden te geven.
We raakten in gesprek met Roi en we vertelden hem dat we van plan waren om naar
Nieuw Zeeland te gaan om meer van de Maori cultuur te zien. Hij nodigde ons uit
hem te bezoeken tijdens onze reis in Nieuw Zeeland.
Een paar maanden later en na een hele lange vlucht waren
we eindelijk in Nieuw Zeeland, het land van de Maori. Nieuw Zeeland bestaat uit
twee grote eilanden, het Noord eiland (Te Ika a Maui) en het Zuid eiland (Waka
a Maui). Met een huurauto zijn we vanuit Auckland naar Roi gegaan. Hij woont
op het Noord eiland net buiten Rotorua, de stad van de hete bronnen, kokende
modderpoelen, spuitende geisers en er hangt een duivelse lucht. Dit komt omdat
er in de omgeving van Rotorua erg veel thermische activiteit is. De hele omgeving
ruikt naar de vrijkomende zwaveldampen. Wij vonden die lucht lijken op de stank
van rotte eieren. Gelukkig woont Roi ver genoeg van de stad om geen last te hebben
van de stank.
Als
je voor het houten huis van Roi staat zie je groene heuvels met hier en daar
wat bomen. Naast het huis staat een schuur die als werkplaats gebruikt wordt
door Roi en zijn houtsnij-vrienden. We hebben vele uren in deze schuur doorgebracht.
Terwijl er gewerkt werd aan een groot houtsnijwerk, vertelden zij ons allerlei
dingen die we graag wilden weten over de Maori. Het viel ons op dat de schuur
vol hing met vreemde teksten. Roi legde uit dat dit allemaal traditionele Maori-liedjes
zijn, die zij tijdens het werk oefenden. Zo kwamen we erachter dat de Maori heel
erg veel zingen. Bij iedere speciale gelegenheid wordt er samen gezongen, maar
soms is het de bedoeling dat alle aanwezigen zelf een lied voordragen. Dus het
is heel belangrijk dat je verschillende teksten kent, want het kan zijn dat iemand
anders het lied zingt dat jij had willen zingen. Het was leuk om te horen dat
die grote stoere mannen zo van zingen houden.
We
hebben een bezoek gebracht aan een oud Maori dorp. Het was een soort museum waar
je kon zien hoe de Maori vroeger hebben geleefd. Het dorp is omheind door een
soort doolhof van hekken. Op zo’n hek staan angstaanjagend houten beelden
om vijanden af te schrikken.
In het dorp staan verschillende huizen, die vroeger alleen als slaapplaats
en bescherming tegen slechte weersomstandigheden werden gebruikt. Alle andere
dagelijkse dingen, zoals koken, eten, wassen, kleding wassen en spelen gebeurden
buiten. De voedselvoorraad werd buiten in een pataka opgeslagen. Dit is een klein
huisje, gebouwd op palen. Op deze manier was het eten veilig voor hongerige dieren.
Opvallend is dat alle huizen, zelfs de pataka voorzien zijn van houtsnijwerk.
Het belangrijkste gebouw in zo’n dorp is de marae (wat te vergelijken is
met de Bighouse van de indianen van de Noordwestkust). Dit gebouw is helemaal
versierd met prachtig houtsnijwerk. Het houtsnijwerk is niet alleen als versiering
bedoelt, maar het vertelt ook de geschiedenis van de stam en hun voorouders.
Tegenwoordig speelt de marea nog steeds een heel belangrijke rol in de cultuur
van de Maori. Het wordt gebruikt voor verschillende doeleinden: feesten, ontmoetingen,
voorlichtingen, slaapplaats voor gasten en voor dans- en zangvoorstellingen.
Maori’s,
gekleed in traditionele klederdracht, gaven bij de verschillende huisjes in het
dorp demonstratie en uitleg over de oude gewoontes van de Maori. Sommige van
deze gewoontes kom je nog steeds tegen tegenwoordig.
Zo kregen we demonstraties van de poi, het stokkenspel en de patu te zien.
De poi bestaat uit 2 ballen (zo groot als een sinasappel) gemaakt van geweefd
vlas, beide vastgemaakt aan een uiteinde van een stuk touw en het wordt door
de vrouwen gebruikt bij het dansen.
Het stokkenspel is een spel dat vooral door kinderen wordt gespeeld om een goede
coördinatie en snelheid van de handenbeweging te ontwikkelen. Twee mensen
staan tegenover elkaar, ieder heeft 2 stokken vast. Terwijl men zingt, worden
de stokken overgegooid.
De
goede coördinatie en snelheid van de handbeweging heb je als volwassen nodig
om de patu te kunnen hanteren. De patu is een korte knuppel gemaakt van hout,
bot of steen met een scherpe voorkant of uiteinde. Dit is een wapen die gebruikt
werd, om de vijanden met een korte harde, maar zeer snel uitgevoerde klap, te
doden. Het was erg indrukwekkend om te kijken naar de man die de patu demonstreerde;
hij droeg een korte rok gemaakt van vlas, zijn gezicht was beschilderd en met
zeer snelle bewegingen hanteerde hij de patu. Zijn gezichtsbeschildering (moko)
was met verf aangebracht, maar eigenlijk hoort deze getatoeëerd te zijn.
En dit gebeurt alleen bij mensen die het verdiend hebben. Vroeger waren dit vooral
leiders en kunstenaars.
Als afsluiting van onze vakantie heeft Roi ons op een avond meegenomen naar
een riviertje met een hete bron. Het riviertje was net zo diep als een bad, waar
je heerlijk in kon liggen. Als je het koud kreeg, kon je dichter naar de bron
zwemmen. Je moest wel oppassen dat je niet te dicht bij de bron kwam, want daar
was het water veel te heet. Al badend hebben we tot diep in de nacht van de prachtige
sterrenhemel genoten. De volgende dag begon onze lange reis naar huis. We zullen
zeker terug komen om onze nieuwe vrienden in dit prachtige land te bezoeken. |