Als je aan je vriendjes vraagt wat ze voor ogen hebben,
als ze denken aan een indiaan, dan heb je een goede kans, dat ze aan een Lakota
indiaan uit de geschiedenis denken. Ze denken dan aan mensen die wonen in tipi’s,
die fantastisch kunnen paardrijden en die prachtige wapens, kleren en hoofdtooien
hebben. Al die dingen kwamen bij de Lakota ook werkelijk voor.
Als echte bariballer weet je dan, dat die dingen gelden voor sommige volken die
op de prairies woonden, maar dat er ook heel andere indiaanse volken bestaan.
De roemruchte Lakota van de prairies
Het
leven op de grote prairies van Amerika was zowel heerlijk als hard. In het voorjaar
en najaar was er een overvloed aan wild om op te jagen en er was overal genoeg
water te vinden. In de zomer kan het er bloedheet worden. Water is dan moeilijk
te vinden. In de winter is het midden op de prairie zelfs gevaarlijk voor mensen
en dieren. Het is dan niet alleen heel erg koud, soms wel 40 graden onder nul,
maar er ligt ook vaak een dik pak sneeuw. Dan zoeken dieren als de bizon, de
antilopen en herten, net als de mensen, beschutting in de bossen aan de rand
van de grote grasvlaktes.
Een tipi is een huis
Op de uitgestrekte grasgebieden trokken indiaanse volken naar plekken waar ze
voedsel, water of beschutting hoopten te vinden. Eén van die volken was
de Lakota, ook wel Sioux (dat spreek je uit als: soe) genoemd.
De
Lakota waren goed voorbereid op hun trektochten over de prairie. Ze hadden gemakkelijke
woningen, die ze snel konden opzetten en afbreken. Zo’n woning ziet er
uit als een tent en heet tipi. Dat is een woord uit de Lakota taal en betekent
gewoon huis.
Een verhuizing was een hele onderneming. Toen de Lakota nog geen paarden hadden,
moesten de vrouwen alle spulletjes die ze mee wilden nemen zelf dragen. Als je
geluk had, dan beschikte je familie over een paar sterke honden, die tenminste
konden helpen met het versjouwen van de zware tipi.
Wat vind je op de prairie?
Zodra het voorjaar aanbrak gingen de Lakota op reis om op de prairie naar dieren
te zoeken waarop ze konden jagen. Als er een bizon of hert geschoten was, werd
het niet alleen maar gebruikt om op te eten. Alles van het dier was van grote
waarde (lees baribal 3 nog maar eens). Zo konden ze van de huiden een nieuwe
tipi maken, of kleding en schoenen. De botten werden gebruikt om gereedschap
van te maken. De ruwe tong van de bizon was heel geschikt als borstel. Hoefjes
dienden als muziekinstrumenten of als versiering van de kleding. De schedels
werden meestal gebruikt als onderdeel van een danskostuum, of als voorwerp bij
ceremoniën.
Overal op de prairie groeiden niet alleen allerlei grassen, maar ook heel veel
kruiden die de vrouwen plukten om medicijnen van te maken of om toe te voegen
aan de maaltijden.
Suka Wakan
De
eerste blanke kolonisten die zich in Noord Amerika vestigden brachten hun eigen
paarden mee. Veel van deze paarden liepen weg of werden verkocht aan handelaren.
Zo kwamen ook de Lakota in het bezit van paarden. Dat betekende voor hen dat
het leven een stuk gemakkelijker werd. Door twee tentpalen aan de paarden vast
te maken kreeg je een soort slee, waarop je van alles kon vervoeren: de tipi,
huisraad, maar ook kleine kinderen en oudere mensen die niet zo ver konden lopen.
De Lakota hoefden niet meer af te wachten tot het wild hun richting uit kwam,
ze gingen met hun paarden overal op de prairie zoeken naar de verschillende kudden.
Doordat steeds meer mensen dankzij hun paarden ver de prairie in trokken, kwam
er ook steeds meer ruzie met andere volken. De Lakota verdedigden hun jachtgronden
fel tegen iedereen die het waagde in hun buurt te komen. Ze verdreven de Crow-indianen
zelfs helemaal naar de westkant van de prairie om zelf een groter gebied in beslag
te kunnen nemen. Die dingen zouden niet zijn gebeurd, als de blanken geen paarden
hadden meegenomen. Het paard had zo’n grote invloed op het leven van de
Lakota, dat ze het Suka Wakan, de Heilige Hond, noemden.
Verhalen bij het kampvuur
Als de zomer voorbij was werd het ook weer tijd om naar het bos te reizen. Daar
was het niet zo gevaarlijk heet. Met het paard ging die reis nu veel sneller.
De mensen konden veel grotere afstanden afleggen dan vroeger. In de herfst werd
de temperatuur weer een stuk aangenamer. Bovendien was dit de tijd dat er overal
bessen en noten konden worden geplukt. De vrouwen kenden allerlei manieren om
veel voedsel dat ze verzameld hadden, zo te bewerken dat het de hele winter eetbaar
zou blijven.
De winters duurden lang en waren bitter koud. Als de Lakota hun tipi’s
opgezet hadden in de beschutting van de bomen, zochten ze eerst lange takken
om een schutting rondom hun woning te bouwen. Op die manier kwam de sneeuw niet
tegen hun huis aan te liggen, maar tegen de houten omheining. De dikke sneeuwlaag
beschermde hen tegen de koude wind. Dit was de tijd om verhalen te vertellen
rond het kampvuur en om weer bij te praten met familieleden die ook hun woningen
in de buurt neergezet hadden. Kleding, schoenen en wapens werden gerepareerd
of vervangen door nieuwe.
Kolonisten en goudzoekers
In
de loop van de 19e eeuw kwamen steeds meer blanke kolonisten naar het gebied
van de Lakota. De indianen konden zich al snel niet meer verdedigen, omdat ze
steeds vaker honger leden. Het wild, vooral de bizon, was door de blanken uitgeroeid.
Bovendien hadden de blanke legers veel betere wapens. De Lakota waren met hun
pijl en boog of hun oude geweren geen sterke tegenpartij. Toen in 1874 bekend
werd dat er goud gevonden was in de Black Hills (Zwarte Heuvels) was er geen
houden meer aan. Duizenden blanke goudzoekers overstroomden dit heilige gebied
van de Lakota. De Amerikaanse overheid hielp de goudzoekers en probeerde zelfs
om de Zwarte Heuvels van de Lakota te kopen. De indianen hielden steeds minder
gebied over.
Hoe het verder ging
Vandaag de dag wonen de Lakota in het Pine Ridge Reservaat in de staat Zuid Dakota.
Dit is op één na het grootste indianen-reservaat in Noord Amerika.
Momenteel wonen er nog 16.000 Lakota. Na de Tweede Wereldoorlog zag de overheid
wel in dat ook de Lakota recht hebben op hun eigen cultuur en hun eigen taal.
Toch is het leven op Pine Ridge nog steeds heel moeilijk. Er is maar één
klein ziekenhuis en er zijn niet genoeg scholen. Veel mensen hebben geen werk,
waardoor ze erg depressief worden. Ze gebruiken soms alcohol en drugs om hun
ellende even te vergeten. Omdat ze weinig geld hebben, eten de meeste gezinnen
arm voedsel, dat erg vet is. Hierdoor worden ze veel te dik en zijn ze vaak ziek.
Toch zijn er ook goede berichten. De stam heeft een eigen bezoekerscentrum
en een eigen radio-station, dat KILI-radio heet. De uitzendingen zijn zowel in
het Engels als in het Lakota. De radio zorgt ervoor dat de mensen op het reservaat
goed weten wat er allemaal gebeurt in hun omgeving. Ze proberen ook de goede
dingen van vroeger weer in te voeren.
Verentooi? Nee, baseballpet
Films
als Dances with wolves trekken veel aandacht. Zo krijgt men meer interesse in
indianen. Toch weten veel mensen maar weinig over indianen, denkt Gerda Bolhuis,
die de Lakota Stichting heeft opgericht. Lakota Stichting? Nooit van gehoord,
zeker. Toch bestaat deze groep al tien jaar. Zij ondersteunt de Lakota of Sioux.
Wat is het voornaamste doel? De Lakota Stichting wil graag goede informatie geven
over indianen en speciaal over de Lakota. Zou het niet geweldig zijn, als de
verkeerde ideeën over indianen zouden verdwijnen?
Wij hopen, dat Gerda Bolhuis en alle andere Lakota-kenners ons in baribal af
en toe op de hoogte houden van het wel en wee van dit bijzondere volk van de
prairie.
Voor meer informatie:
Lakota Stichting
Postbus 24032
3502 MA Utrecht
www.lakota.nl |