Zou het niet dwaas zijn als iemand uit de woestijn dezelfde
kleren zou dragen als een Eskimo, of als iemand uit het hooggebergte van Zuid
Amerika? De kleding van de woestijnbewoners is wijd en zorgt voor een beetje
koelte in de hitte van de woestijn. Het is belangrijk, dat de kleding beschermt
tegen de zon. Dat geldt gek genoeg ook voor de kleding die Eskimo's dragen. Eskimo's,
die eigenlijk Inuït heten, wonen op sneeuwvlaktes die de zon zo erg weerkaatsen,
dat ze zich daar goed tegen moeten beschermen. Daarnaast moeten de Inuït
ervoor zorgen, dat zij in de extreme kou niet bevriezen. Daarom hullen ze zich
in een aantal lagen kleding, meestal gemaakt van warm bont en dierenhuiden.
Bescherming
tegen weer en wind
Eén van de redenen waarom we kleding dragen is om ons te beschermen tegen
de invloed van het weer. Regen, sneeuw, droogte, hitte, vorst en wind kunnen
allemaal erg ongezond zijn. De verschillen in klimaat vragen om verschillende
manieren van beschermende kleding.
Geschikte materialen
In Nederland kan het weer erg wisselvallig zijn. 's Winters kleden we ons warm
en in de zomer het liefst alleen maar in een korte broek en T-shirt. Bij regen
trekken we regenjassen aan. Dat is bij alle andere volken net zo.
Natuurlijk kon men een paar eeuwen geleden niet zomaar een plastic jas aantrekken
als het regende, want die bestonden nog niet. Mensen zochten in hun omgeving
naar spullen die geschikt waren om er kleding van te maken. Die woongebieden
waren nogal verschillend. Daarom werden er overal andere materialen gebruikt.
Mensen die hun kleding uit de natuur moesten halen hadden niet altijd veel keus.
Er waren niet zoveel materialen als in onze winkels en de materialen die er wel
waren konden alleen met veel moeite worden verkregen.
De vroegste mensen konden beschikken over dierenhuiden, takken, gras, bladeren.
Men leerde de materialen steeds beter verwerken en ontdekte technieken als spinnen
en weven. Zo ontstonden er vele soorten textiel.
De indiaanse volken gebruikten materialen uit hun omgeving om er kleren van te
maken. Van de gejaagde dieren werd bijna alles gebruikt en niet alleen de huiden
en het haar. Van pezen werd garen gemaakt en van botsplinters naalden, zodat
er stukken huid aan elkaar vast konden worden genaaid.
Wat
men zoal droeg
De Inuït gebruikten veel bont en dierenhuiden. Er werd door hen veel gejaagd
op grote zeedieren, zoals zeehonden en walrussen en die huiden werden gebruikt.
Huiden van kariboes en ijsberen waren ook goed te gebruiken. De mensen uit het
noordoosten gebruikten graag de huid van elanden en herten. Een enkel dier leverde
dan genoeg materiaal op om iemand geheel te kunnen kleden. Dat was voor sommige
volken wel anders, die moesten soms wel negentig tot honderd konijnen of wasberen
vangen om voldoende vellen te hebben om kleding te kunnen maken, die warm genoeg
was voor de winter.
Waar niet voldoende dieren leefden moesten de mensen hun toevlucht nemen tot
het verwerken van grassen, takjes en ander plantaardig materiaal. Soms was plantaardig
materiaal ook gewoon beter en prettiger dan bont. Zo maakten de mensen die aan
de noordwestkust leefden kleding van de schors van cederbomen. Deze schors was
zacht, warm en beschermde goed tegen de regen. Dat was voor deze mensen erg belangrijk,
omdat het in hun gebied erg veel regende.
IJdelheid en belangrijke mensen
Mensen hebben niet alleen kleren om zich tegen het weer te beschermen. Al heel
lang geleden gebruikte men kleding ook uit ijdelheid. Mensen gingen zichzelf
en hun kleren versieren om zich te onderscheiden van anderen. Ze vonden zichzelf
mooier met versierselen. Belangrijke mensen, zoals opperhoofden, krijgers en
medicijnmannen versierden zich meer dan de gewone mensen om hun bijzondere positie
binnen de stam aan te geven. Mensen binnen dezelfde stam gingen zich in grote
lijnen op dezelfde manier kleden en versieren. Zo lieten ze zien dat ze bij elkaar
hoorden en dat ze anders waren dan andere volken.
Feesten
en ceremonies
Bij belangrijke gebeurtenissen, feesten en ceremonies dragen mensen graag bijzondere
kleding. Soms is die kleding symbolisch. Zo laten krijgers van prairie-volken
bij feesten zien hoe dapper ze zijn geweest. Aan de veren in hun tooi is te zien
hoe ze zich in de strijd hebben gedragen. Dansers maken met hun kleding vaak
dierfiguren, geesten en allerlei andere zaken duidelijk. Sommigen dragen prachtige
maskers of hoofddeksels.
Zoals je ziet heeft de kleding bij ceremonies veel meer pracht en praal dan alledaagse
kleren. Denk maar eens goed na: dat is bij jou toch ook zo?
Werk en kleding
Kleding moet ook functioneel kunnen zijn. Dat betekent dat ze niet onhandig moeten
zijn, of in de weg moeten zitten als je een bepaalde taak moet verrichten. De
meeste mensen die in de natuur leven dragen kleding waarin ze gemakkelijk kunnen
bewegen. Bewoners van de grote bossen moeten door dichte begroeiing kunnen rennen,
als ze op jacht zijn. Ze mogen niet aan hun kleding vast blijven haken. Hun kleren
zijn daarop aangepast. Jagers hebben vaak een bloot bovenlijf en geen loshangende,
lange haren.
Aan de kleding van krijgers zijn meestal elementen bevestigd van hout, metaal,
of andere harde materialen. Die moeten hen in de strijd beschermen. Daarnaast
proberen ze hun kleding te versieren met dingen die de tegenstander angst moeten
aanjagen. |