Toen ik klein was probeerde ik zoveel mogelijk te lezen
over indianen. Vooral de boeken over Winnetou en Arendsoog vond ik erg spannend.
Ik heb er niet veel van geleerd, want die verhalen bleken niet altijd echt te
zijn. Vaak spelen ze zich af in het wilde westen. Cowboys en boeven leven er
in stadjes waar veel wordt gevochten. Toch zijn er maar een paar groepen indianen
die met het wilde westen te maken hebben gehad. Het was een erg korte periode
uit de geschiedenis van Amerika.
Voordat
de blanken naar Amerika kwamen woonden er al indianen. Niemand weet precies hoe
lang. De wetenschappers denken, dat de eerste indianen lang geleden, toen er
nog een ijstijd heerste, vanuit Azië naar Amerika zijn getrokken. Langzaam
aan hebben deze mensen zich over het grote, nieuwe gebied verspreid. Van de noordpool
tot de tropische oerwouden in Zuid Amerika zochten ze allemaal een plekje. Ze
troffen van alles aan: ruige bergen, dorre woestijnen, ijsvlaktes, moeraslanden
en uitgestrekte bossen.
In Europa wist niemand wat zich in Amerika afspeelde. De mensen waren hier toen
niet zoveel anders dan de eerste Indianen. Ze hadden kleren van dierenhuid, woonden
in hutten of eenvoudige huizen en moesten jagen en voedsel zoeken om in leven
te blijven. Deze oude Europeanen en de mensen in Amerika wisten niets van elkaar.
We noemen de oorspronkelijke bewoners van Amerika indianen, maar dat is eigenlijk
een vergissing. De vergissing werd gemaakt toen Europeanen zo'n 500 jaar geleden
de hele wereld over trokken op zoek naar nieuwe en onbekende spullen. Voor goud,
juwelen, maar ook voor kruiden, planten en specerijen werd veel geld betaald.
Het was belangrijk om die spullen goed naar huis te brengen. Daarom zocht men
steeds naar de meest veilige weg en ook naar de kortste, omdat men dan sneller
heen en terug kon reizen.
Christoffel
Columbus hoopte dat hij een nieuwe weg naar India kon vinden door naar het westen
te zeilen en India vanaf de andere kant te bereiken. Niemand had dat ooit gedaan.
Veel mensen dachten dat de aarde plat was en dat de wereld in het westen ophield.
Columbus geloofde dat de wereld rond was en dat je dus ook de andere kant op
kon varen. Het was een erg spannende reis, omdat niemand dat ooit had aangedurfd.
De dappere Columbus zeilde naar het westen en kwam in Amerika aan. Hij dacht
dat hij in India was en noemde de mensen die hij aantrof indianen. Nu noemen
wij de oorspronkelijke bewoners van Amerika nog steeds indianen. Ze noemen zichzelf
liever niet zo, maar geven de voorkeur aan oorspronkelijke Amerikaan of oorspronkelijke
Canadees.
Amerika bestaat uit twee grote delen: Noord en Zuid Amerika. Af en toe gaan
wij het hebben over de mensen in Zuid Amerika, maar in baribal zal het meestal
over Noord Amerika gaan.
Het landschap in Noord Amerika is zeer afwisselend. In het uiterste noorden is
het koud en ligt er sneeuw en ijs. In het westen langs de grote oceaan vinden
we wouden met enorme bomen en wilde kustgebieden. In het oosten zijn grote meren
en uitgestrekte bossen. Er zijn ook nog gebieden die bestaan uit grasvlaktes
of moerassen en in het zuidwesten zijn woestijnen. Overal leefden indianen. Ze
waren verdeeld in verschillende volken, meestal met een eigen taal. De volken
die in een zelfde soort gebied woonden hadden een levenswijze die erg op elkaar
leek. De manier van leven tussen groepen uit heel verschillende gebieden leek
helemaal niet op elkaar. Natuurlijk leeft een Eskimo heel anders dan iemand uit
de woestijn. In baribal zullen we laten zien hoe verschillend al die groepen
leven. We kunnen veel leren over hun geschiedenis, de natuur om hen heen en hoe
je daar mee om moet gaan.
De
groep indianen die we allemaal het beste kennen leven op de grote grasvlaktes.
Er was geen bos. Deze volken bouwden huisjes van hout, dat op de rivieren was
meegedreven. De hutten werden vaak bedekt met aarde. Het kon op deze prairies
hard waaien en in de winter was het erg koud. Ze leefden voornamelijk van de
jacht op de bizons. Op lange tochten volgden ze de bizonkuddes. Ze namen dan
puntige tenten mee, die we tipi's noemen.
Mensen versieren hun kleding en de dingen die ze gebruiken met dat wat ze kennen.
Op de prairie kende men alleen maar uitgestrekte gebieden en plat land vol gras.
In de lucht zagen ze de brandende zon, de maan, sterren en wolken. Aan de rand
van de prairies waren soms puntige bergen te zien. Geen wonder dat de beschilderingen
en versieringen die ze maakten bestonden uit rechte lijnen, vierkanten, cirkels,
driehoeken en sterren. Bizons en sommige andere dieren werden ook afgebeeld.
Een andere bekend volk leeft dicht tegen de noordpool. Ze heten Inuït,
maar zijn beter bekend als Eskimo's. Ze leven altijd in de kou en jagen op zeehonden,
kariboes en soms zelfs walvissen. Ze varen in kleine boten die we kayaks noemen.
Soms maken deze mensen iglo's, huizen van ijsblokken. De versieringen die ze
gebruiken komen van de ronde vormen van de dieren die ze zien en jagen. De ijsbeer
en de walrus worden vaak afgebeeld.
Het noordwesten is een gebied aan de Grote Oceaan met bergen, reuzenbomen
en vele eilanden. In grote kano's reisden de mensen uit deze streek over zee.
Ze leefden van de visserij. Met name zalm was er in overvloed, zo veel zelfs
dat de mensen geen voedsel hoefden te verbouwen. Ze hoefden ook niet te trekken
om eten te vinden. Ze hadden in de winter zelfs tijd over om kunstvoorwerpen
te maken en fantastische feesten te vieren. Dat deden ze in hun grote houten
huizen. Bezoekers kwamen dan van heinde en verre om elkaar de verhalen en legendes
van hun stam te vertellen.
De dieren die ze om zich heen zagen, of die in de verhalen voorkwamen werden
op allerlei voorwerpen afgebeeld. Ze waren goede houtbewerkers en konden prachtige
maskers en totempalen maken. De huizen werden met deze motieven beschilderd en
ook de dekens die ze droegen waren ermee versierd.
In
het zuiden, dicht bij Mexico, is het klimaat warm en droog. Water is moeilijk
te vinden. De mensen die in deze woestijn woonden bouwden hun huizen zo dicht
mogelijk bij bronnen en rivieren. Heel vroeger woonden ze in holen en uitgehakte
kamers in rotswanden. Later bouwden deze volken met rotsblokken vele woningen
op en aan elkaar, zoveel dat er een stadje ontstond. Deze bouwwerken waren groot
en leken soms op een piramide. Zo'n stadje van stenen huizen noemen we een pueblo.
De bewoners van de woestijn waren boeren die het hele jaar door thuis bleven
en hard werkten op hun akkers. Ze aten bonen, pompoenen, paprika's en vooral
maïs.
Om zich heen zagen ze hun dorpjes en landbouwproducten en verder de rotsbergen,
wolken en de dieren uit de woestijn. De aarde en de rotsen van de woestijn hadden
prachtige kleuren. Dat werd allemaal afgebeeld op dekens, potten en kruiken.
Deze volken werden beroemd om hun weefkunst en aardewerk.
In het noordoosten liggen enkele reusachtige meren. Tot ver daaromheen liggen
uitgestrekte wouden vol beekjes en rivieren. De woudmensen reisden op de rivieren
in kano's gemaakt van berkenbast of boomstammen. Hun huizen werden meestal gemaakt
van stammetjes en boomschors. Op kleine akkers verbouwden ze groente. Daarnaast
werd er veel gevist en gejaagd.
De wouden waren rijk aan allerlei dieren, boomsoorten en bloemen. Planten, bloemen
en bladeren werden veel op gebruiksvoorwerpen afgebeeld. Veel volken uit het
woudgebied waren goede mandenvlechters. Ze beschilderden dierenhuiden en versierden
hun kleding en tassen met kunstig borduurwerk en kralen van stekelvarkenpennen. |