Van cederman en kikker
Er was eens een man, die zijn hele leven erg gul was voor anderen. Als
mensen iets nodig hadden, zorgde hij graag voor hen. Hij gaf voedsel, kleding
en warmte aan de mensen. De Grote Geest had veel bewondering voor hem en zei: ‘als
deze man sterft, zal er op de plaats waar hij wordt begraven een koninklijke
cederboom groeien. Deze boom zal, net als cederman, voor de mensen zorgen. Hij
zal zijn wortels geven om er manden en hoeden van te vlechten, zijn schors om
er kleding van te weven en zijn hout om de mensen te beschutten en te verwarmen.
Toen
de cederboom nog mens was, zorgde hij al erg goed voor de mensen. De Grote Geest
zorgde ervoor, dat hij dat voor altijd kon blijven doen door hem in een cederboom
te veranderen. Alle ceders op de wereld stammen van deze cederboom af.
Cederman werd na zijn dood cederboom. Van cederbomen worden totempalen gemaakt.
Uit eerbied wordt cederman op totempalen afgebeeld. Zo zien we dat er een kringetje
wordt uitgebeeld: cederman wordt cederboom, cederboom wordt totempaal en die
is eigenlijk weer cederman.
Nog steeds geeft cederman zijn hout om er totempalen van te kunnen maken.
De kunstenaars van de noordwestkust hakken allerlei mooie figuren uit de stammen
van deze bomen. Als ze klaar zijn worden de figuren beschilderd en dan wordt
de totempaal door heel veel mannen met spierkracht rechtop gezet.
De dorpen van deze volken staan meestal vlak langs het strand en de totempalen
staan vooraan in het dorp en dus dicht bij de zee. De indianen van de noordwestkust
geloven dat er aan een totempaal wortels komen, die helemaal tot diep in de zee
doorgroeien. Daar veranderen de wortels in een duivelvis (een grote inktvis)
en als je nog dieper onder water gaat, verandert de duivelvis in een grote kikker.
Eigenlijk is het dus zo, dat onder aan elke totempaal een kikker zit. Niemand
kan de kikker zien, omdat deze zo ver onder water woont. Toch wordt elke totempaal
door een kikker gedragen.
Iedereen weet wat een totempaal is. Of toch niet?
In Europa weten de mensen niet erg veel van de volken van de Canadese westkust.
Toch zijn de totempalen, die deze volken maken, wereldberoemd. Je zult er zelf
ook wel eens iets over hebben gelezen. In boeken die over indianen gaan, komen
al gauw totempalen voor, zelfs al hebben de indianen uit het verhaal helemaal
niets met totempalen te maken. In stripboeken komen we ze ook tegen. Dat is niet
zo gek, want ze zijn erg mooi om te tekenen en je kunt er leuke grapjes mee uithalen
(kijk maar eens naar de totempaal van Asterix en Obelix). De schrijvers en striptekenaars
weten net zo weinig van totempalen als de meeste andere mensen. Ook in films
worden deze prachtig bewerkte boomstammen te pas en te onpas gebruikt. Met zijn
allen begrijpen we erg slecht wat totempalen eigenlijk zijn.
In
verhalen worden mensen vaak aan totempalen vastgebonden. Soms worden ze gemarteld.
Ze kijken bijna altijd naar een groep indianen, die tussen tipi’s een oorlogsdans
opvoeren. Deze verhalen geven allemaal een verkeerde indruk.
Totempalen zijn geen martelpalen. De volken die in tipi’s woonden hadden
waarschijnlijk nog nooit totempalen gezien.
Er zijn altijd misverstanden geweest over totempalen. De eerste blanken die
in het gebied van de noordwestkust kwamen dachten dat het beelden waren, waarop
geheimzinnige goden waren afgebeeld. Dat was niet juist. De meeste volken uit
dit gebied kennen niet eens goden.
Sommigen dachten dat totempalen een herinnering aan een oorlog waren. Misschien
om een overwinning te vieren, of om de gesneuvelde krijgers te herdenken. Ook
dat bleek niet waar te zijn.
Inmiddels is goed bekend wat totempalen zijn. Toch blijven de ideeën,
die men vroeger over totempalen had, ook nu nog bij veel mensen bestaan. Dat
komt misschien, omdat mensen die films, boeken en strips maken, zelf boeken lezen
waar die foute ideeën nog in staan. En jullie kijken misschien weer naar
die nieuwe films, of lezen die nieuwe strips en boeken. Gelukkig maar, dat Joe
Wilson zelf een beroemde totempalen-maker is. Baribal kan jullie er dus alles
over uitleggen.
Totempalen zijn een soort stambomen, of eigenlijk...
We moeten het even over ridders hebben. Ridders? Ja, ridders.
In de Middeleeuwen werd er veel oorlog gevoerd. Families, landen, dorpen en edellieden
vochten met elkaar om te bepalen wie er de baas was in een bepaald gebied.
Om goed te kunnen zien bij wie je hoorde als je aan het vechten was, hadden de
edelen hun eigen kenmerken. Dat waren afbeeldingen die ze op hun schilden, zwaarden
en vaandels lieten schilderen. Die afbeeldingen probeerden vaak iets van de geschiedenis
van de familie van die edelman te laten zien. Men wilde graag heldhaftige afbeeldingen
gebruiken. Dan kon je iedereen laten zien hoe dapper je was. Vaak betrof het
dieren. Wolven, beren, arenden en leeuwen kwamen het meest voor. Allemaal snelle,
machtige en sterke dieren.
Die afbeeldingen, waaraan je de groepen en de families kon herkennen noemen we
familiewapens. Logisch toch, als ze meestal op wapens en schilden werden afgebeeld?
Nu terug naar de volken van de noordwestkust
De
families kennen allemaal oude verhalen, die we legendes noemen. Daarin wordt
verteld over de belevenissen van hun eerste voorouders. Die hadden allerlei avonturen
en ontmoetingen met dieren en fantastische figuren, die beschikten over magische
krachten. Sommige voorouders konden zelfs een dierengedaante aannemen. Een voorouder
kon bijvoorbeeld een spannende belevenis met een beer hebben. Misschien kon hij
zichzelf wel in een beer veranderen. Zijn afstammelingen kregen het recht om
die beer op allerlei manieren te gebruiken. Zij alleen mochten de beer afbeelden
op schilderijen, maskers en totempalen. Deze familie mocht ook verhalen over
deze beer vertellen, of erover zingen.
Het recht om een dier, of een ander wezen te mogen gebruiken noemen we een
privilege. De indianen zijn erg zuinig op deze privileges. Elke familie is erg
gesteld op haar eigen figuren.
Belangrijke opperhoofden hebben het recht om een heleboel figuren te gebruiken.
Elk opperhoofd heeft weer andere figuren. Als er een belangrijke gebeurtenis
was, lieten zij een nieuwe totem beeldhouwen, die ze dan voor hun huis zetten.
Soms was dat ter gelegenheid van een bruiloft. Soms om iemand te herdenken, of
omdat iemand een nieuwe naam kreeg. Aan de afgebeelde figuren op de totempaal
kon je zien bij welke familie hij hoorde.
De dieren en magische wezens die op totempalen staan, horen bij een bepaalde
familie. Net als bij de ridders kon je de families dus herkennen aan hun afbeeldingen.
Een totempaal is eigenlijk net zoiets als een familiewapen.
Een totempaal maken en rechtop zetten, dat is een hele klus!
Als een opperhoofd opdracht geeft om een totempaal te maken, moet er eerst een
geschikte boom worden gezocht. Vroeger vroegen de mensen de cederman om vergeving
voordat de boom gekapt werd en waren hem erg dankbaar, dat ze zijn hout mochten
gebruiken. Dan werd de boom omgehakt en door honderden mannen naar het dorp vervoerd.
Het maken van een totempaal is geen eenvoudige zaak. Ze zijn wel eens hoger dan
twee huizen op elkaar. De hoogste totempaal die er is staat in Alert Bay. Hij
is meer dan vijftig meter hoog, zo hoog als een kerk!
Het opperhoofd bepaalt welke figuren hij op zijn totempaal wil hebben. Meestal
komt er een vogel helemaal bovenaan. De grote boomstammen worden dan eerst recht
gemaakt. De schors wordt er afgehaald. Dan tekent de kunstenaar er wat lijnen
op, zodat hij weet waar hij moet hakken. De totem-maker gebruikt vreemde bijlen
en kromme messen.
Nadat het beeldhouwen af is, wordt het werk beschilderd. Natuurlijk liggen de
palen op de grond, anders kan de beeldhouwer zijn werk niet goed doen.
Nadat de totem-makers hun werk hebben gedaan moet de totempaal rechtop worden
gezet. Alle mannen uit het dorp helpen mee, want er mogen geen machines worden
gebruikt. Met touwen en duw-stokken wordt het gevaarte rechtop gezet. Het hele
dorp loopt uit om het mee te maken. Zo vaak gebeurt dat nu ook weer niet.
De oprichting van een totempaal gaat altijd gepaard met grote feesten. Op
die feesten beelden dansers met grote houten maskers de figuren uit die op de
totempaal staan.
Het is een bijzondere gebeurtenis in het leven van de indianen van de noordwestkust.
Magische
wezens uit Gallië?
Stel nu eens, dat Asterix en Obelix met hun toverdrank en toverkracht bij deze
indianen op bezoek zouden zijn geweest. Dan zouden ze vast hebben gedacht, dat
het magische wezens waren. De afstammelingen van die mensen zouden ongetwijfeld
een totempaal hebben opgericht met de afbeeldingen van Asterix en Obelix. En
niemand anders zou hen mogen afbeelden. Wij eigenlijk ook niet.
|