Gevlekte paarden bestaan al zo’n 20.000 jaar. We
weten dit omdat deze paarden al in de prehistorie op rotswanden in Frankrijk
afgebeeld werden. In Europa zijn bekende paardenrassen met gevlekte aftekeningen
o.a. de Knabstrupper (Denemarken) en de Pinzgauer (Oostenrijk).
Gevlekte stamboekpaarden
Rond 1700 bereikten de eerste paarden door handel en diefstal het gebied rond
de Missouri rivier (noord Idaho). Hier leefden de Nez Percé die zich snel
begonnen toe te leggen op het selecteren van en verder fokken met die dieren
die een opvallende gevlekte tekening vertoonden. Het feit dat juist deze paarden
maar een dunne beharing in manen en staart hadden, maakte ze heel geschikt voor
de jacht in gebieden met bos en struikgewas. Hun kleuren zorgden voor een optimaal
camouflage-effect. Bij de hen omringende indiaanse volken hadden de Nez Percé al
een goede reputatie op het gebied van hun ‘gevlekte stamboekpaarden’,
voordat zich ook maar één blanke in dat gebied had gevestigd. Alhoewel
de Nez Percé geen geschreven taal hadden, kenden ze het hele stamboek
dat ze opgezet hadden uit het hoofd. Alle dieren moesten voldoen aan een aantal
basiseigenschappen: een goed uithoudingsvermogen, sterke benen, werkwillig, moedig
van karakter en niet te temperamentvol. Daarnaast moesten de dieren kunnen leven
van een karig maal en een mooie gevlekte tekening hebben. Paarden die niet voldeden
aan de gestelde eisen werden verkocht of gecastreerd. Alhoewel ongeveer een derde
van de veulens egaal gekleurd geboren wordt, is het dier toch altijd als Appaloosa
te herkennen aan het wit in hun ogen (sclera) rondom de iris, net als bij mensen.
Verder hebben ze gestreepte hoeven en een gesprenkelde huid rond de mond, ogen,
uier en geslachtsdelen.
Goudvondsten
Mede
dankzij de successen van hun paarden- en rundveefokkerij wisten de Nez Percé in
een tijdsbestek van zo’n anderhalve eeuw een welvarende samenleving op
te bouwen als boeren en handelaren. In 1877 kwam een abrupt einde aan deze bloeiperiode
toen de regering hen wilde deporteren naar een speciaal aan hen toe te wijzen
reservaat. Ze moesten plaatsmaken voor oprukkende blanke kolonisten. De prachtige,
vruchtbare vallei die de Nez Percé bewoonden paste perfect in de plannen
van de Amerikaanse overheid om Europese gezinnen over te halen zich hier te vestigen.
Geruchten over goudvondsten maakten dat ook steeds meer avonturiers naar dit
gebied trokken.
In deze tijden van nood bewees de Appaloosa wat hij werkelijk waard was. Chief
Heinmot Tooyalakekt (Chief Joseph) besloot met een groot deel van zijn volk naar
Canada te vluchten. Het werd een verschrikkelijke tocht door onherbergzame gebieden
in de bittere koude van de winter. Achtervolgd door het leger (dat de paarden
continu moest laten rusten of vervangen) worstelden ze zich richting de Canadese
grens. Helaas werden ze vlak voor de grensovergang ingehaald, gevangen genomen
en alsnog naar het reservaat afgevoerd. Om het verzet voorgoed te breken schoot
het leger zo’n 600 paarden van de Nez Percé af.
Het zou slecht met het ras afgelopen zijn als er niet inmiddels ook dieren
verkocht waren aan boeren en paardenfokkers in de regio. De Palouse indianen,
die ook in dit gebied woonden, bleven op kleine schaal met hun dieren fokken
en hier heeft het ras dan ook zijn naam aan te danken: Palouse werd naar verloop
van tijd verbasterd van Apalousie tot Appaloosa.
Tegenwoordig staat de Amerikaanse Appaloosa met meer dan 65.000 dieren op
de derde plaats in het stamboek van wereldrassen!
Vandaag de dag wordt de Appaloosa ook weer bij de Nez Percé gefokt. |