Dit heb je nodig:
Vier
stokken van 0,5 meter, rode en blauwe verf, een stok van ongeveer 1 meter lengte
met een krom uiteinde, een oude theedoek en een zeem.
Dit moet je doen:
Je kunt je stick versieren door hem te beschilderen. Maak van de theedoek een
bal en naai de zeem er strak omheen. Verf twee stokken van 0,5 m blauw en de
andere twee rood. Steek ze als doelpalen in de grond. Zoek een aantal medespelers
en lees het verhaal voor de spelregels.
Woskate takapsice
Geschreeuw
klonk door het kamp en jonge mannen, met hun stick, renden de prairie op. Bij
een glad stuk stopten ze en
A-ke-che-ta (Little Dog Soldier) en Ma-to-sac (White Bear ) stonden tegenover
elkaar om hun spelers te kiezen. Een aantal indianen zaten al op hun bizonvacht.
Ik werd gekozen door A-ke-che-ta en ging op mijn plaats zitten in de rij. Een
aantal oude mannen werd aangewezen als scheidsrechter. Ze gingen tussen de rijen
zitten en de krijgers stonden op om hun weddenschap in te zetten. De eerste man
legde zijn bizonhuid voor hen. Toen kwam een andere krijger naar voren en legde
zijn huid neer als inleg. Zo ging het door, ieder legde iets op de stapel om
te wedden. Sommigen zetten mocassins in, anderen hoofdtooien, kralenwerk, pijlen
en boog, en zelfs pony’s. Ik zette een jachtmes, een paar mocassins en
een kleine spiegel in. Nu was alles klaar om te beginnen. Er werden twee rijen
gevormd, zo’n 100 meter uit elkaar. Voor iedere rij werden twee stokken,
besmeurd met verf, in de grond gestoken. Het team dat de bal als eerste tussen
de stokken van het andere team wist te krijgen, zou het spel winnen. De bal,
ter grootte van een sinaasappel en bedekt met bizonhuid, werd in het midden gelegd.
Toen klonk het signaal en de krijgers renden schreeuwend naar het midden. De
spelers sloegen tegen de bal en probeerden te voorkomen dat deze in de richting
van hun doel ging. Als de bal
in een kuil terecht kwam, werd het er met de voet uit geschopt en met de stick
verder gespeeld. Eén van Ma-to-sac’s spellers sloeg de bal met een
hoge boog over ons heen, vlak bij ons doel. We renden allemaal. Spelers van beide
teams vielen over elkaar heen. Er was grote opwinding, maar het lukte ons de
bal bij het andere doel te krijgen. Zo ging het spel een tijd door. Iemand riep: ‘Daar
gaat hij!’. Alle spelers stoven uiteen om de bal te zoeken. Ik zag dat
de speler die geroepen had, de bal onder zijn voet verborg. Snel rende ik erheen
en liep met zoveel kracht tegen hem aan dat hij voorover viel. Alle spelers waren
nog aan het zoeken en zo kon ik een vrije speler vlak voor het doel bereiken.
Deze sloeg de bal eenvoudig tussen de palen.De scheidsrechters riepen ons direct
uit tot de winnaars en er klonk een luid gejuich! Ik werd uitgeroepen tot man
van de wedstrijd. Met de twee stokken in de hand liep ik naar de jonge krijger
die het doelpunt had gemaakt en gaf hem de stokken: ‘Als jij het punt niet
had gemaakt, hadden we niet gewonnen’. Iedereen begon hard te juichen en
de jonge krijger was erg dankbaar. De voorwerpen werden verdeeld, naar inzet.
Er waren veertien pony’s bij! Terug in het kamp werd in de tipi’s
onze wedstrijd in verhalen opnieuw en opnieuw gespeeld.
Door George P. Belden, Games of the North American Indians |