Dieren-Shuffle-Spel
© Walas Media bv
De populatie (hoeveelheid dieren) van een diersoort is niet altijd precies hetzelfde. Soms zijn er heel veel dieren, omdat er bijvoorbeeld genoeg te eten is. Maar er kan een ziekte uitbreken waardoor de populatie ineens veel kleiner wordt. Er kunnen natuurlijke dingen zijn die invloed hebben op de populatie. Denk maar wat er kan gebeuren als het een lange tijd helemaal niet regent. Maar ook mensen kunnen invloed hebben op een populatie dieren. Je begrijpt dat als er een nieuwe woonwijk gebouwd wordt er geen ruimte meer is voor bijvoorbeeld een Dassen-familie.
Met dit spel ga je kijken hoe deze natuurlijke of menselijke factoren de populatie van een diersoort beïnvloed. Je ziet wat de gevolgen zijn voor deze dieren.
Dit heb je nodig:
Dik papier om dit kaartspel op te printen, een schaar, eventueel een spel kaarten en lijm, minstens 250 droge bonen, een glazen pot en een schaaltje, 2 tot 8 spelers.
De rode en blauwe kaarten van deel A met natuurlijk factoren die de populatie veranderen.
De gele kaarten van deel B. Houd deze kaarten voor het eerste deel van het spel apart.
Als je niet met zip-bestanden overweg kunt, klik dan op de kleine afbeeldingen hiernaast. In het nieuwe venster klik je met de rechter muisknop op de afbeelding om die op te slaan.
Dit moet je doen:
Print de kaarten uit op dik papier en knip ze uit. Je kunt ze ook op de kaarten van een gewoon kaartspel plakken, zodat ze wat steviger worden.
De populatie bestaat uit 135 dieren. Dit laat je zien door 135 bonen in de glazen pot te doen. In het schaaltje liggen 100 bonen, die je kunt gebruiken om de populatie te laten groeien. Als er dieren afvallen, moet je de dieren uit de pot halen en kun je ze in het schaaltje leggen. Je speelt dit spel twee keer.
Eerst gebruik je alleen de kaarten uit deel A. Dit zijn de natuurlijke factoren die de populatie beïnvloeden. Natuurlijk moet je de kaarten eerst schudden.
1. Zet de ‘populatie’ met 135 dieren in het midden zodat alle spelers er goed bij kunnen.
2. Het schaaltje met bonen om de populatie te laten groeien staat ook op tafel.
3. Deel de kaarten uit, met de opdracht naar beneden, tot ze op zijn. Iedere speler pakt zijn eigen kaarten.
4. De spelers leggen om de beurt een kaart open op tafel en laat de populatie groeien of afnemen zoals de opdracht aangeeft.
5. Als alle kaarten op tafel liggen, tel je de populatie dieren in de pot. Hoe groot is de populatie nu? Is het toegenomen of afgenomen? Hoe komt dat?
Zorg ervoor dat de populatie weer precies uit 135 dieren bestaat. Voeg je de kaarten uit deel B toe. Dit zijn de menselijke factoren, die invloed kunnen hebben op de populatie. Schud de kaarten en deel ze uit tot ze op zijn. Speel het spel opnieuw. |